Home > Suikerhistorie

Suikerhistorie


Geschiedenis van suiker
De meeste mensen kennen suiker. Maar dat is niet altijd zo geweest. Tot de twaalfde eeuw hadden we er in Noord-Europa zelfs nog nooit van gehoord. Een kijkje in de geschiedenis van suiker. 

Het sap van planten en vruchten als palmen en dadels was in de oudheid een populair zoetmiddel. Ook honing was gewild, maar duur. In het oude Griekenland koste een halve liter honing net zo veel als een heel schaap. Er werden aan het product allerlei geneeskrachtige eigenschappen toegeschreven. Honing werd ook gebruikt voor de bereiding van hydromel, een licht-alcoholische, ‘goddelijke’ drank.

Suikerriet
Ook suikerriet, voor het eerst gevonden in Nieuw-Guinea, was in de oudheid al bekend. Omdat mensen er graag op kauwden, besloten ze het gewas te gaan verbouwen. Zo kwam suikerriet via Indonesië en de Filipijnen terecht in India en China.

De Aziatische volkeren kregen al snel door hoe ze uit rietsuiker konden winnen. Ze persten de rietstengels en lieten het verkregen sap verdampen. Zo ontstond een kleverige brij waarin kristallen ontstonden als het afkoelde: sarkara, in het Sanskriet.

Alexander de Grote
Het zoete goedje werd opgemerkt door het leger van de Macedonische koning Alexander de Grote, tijdens een veldtocht in India. Zij namen suikerriet mee naar huis, waarna de teelt zich uitbreidde naar de oostkust van de Middellandse Zee. Geleidelijk aan ontstond een levendige suikerhandel met het Romeinse Rijk.

Toen de Arabieren in de zevende eeuw Perzië binnenvielen, maakten ook zij kennis met suikerriet. Zij introduceerden het zoetmiddel in de landen die zij veroverden, waaronder Egypte en Spanje. De Arabieren ontwikkelen nieuwe zuiveringsmethoden voor de suikerstroop, met als resultaat ‘Khurat al Milh’, oftewel ‘karamel’.

Suiker in Noord-Europa
Eeuwenlang was suiker alleen in de Arabische wereld bekend. Pas na de kruistochten in de 12e eeuw maakten ook Noord-Europeanen kennis met het zoete product. Suiker was echter een schaars goed, voorbehouden aan vorsten, edelen, rijke geestelijken en welgestelde burgers.

Van vlees tot groente en zelfs oesters, deze mensen deden graag overal een schepje suiker bij. Niet alleen omdat ze dat lekker vonden, maar ook omdat suiker lange tijd werd gezien als geneesmiddel. Aan het eind van de 14e eeuw had de gemiddelde apotheker minstens vijf verschillende soorten (geparfumeerde) kandijsuiker in huis. Later ontdekten mensen dat suiker ook een conserverende werking heeft; een uitkomst in een tijd zonder koelkasten.

Toenemende suikerconsumptie
De grote doorbraak voor suiker kwam met de overtocht van Columbus naar Amerika. Het klimaat daar leende zich uitstekend voor het verbouwen van suikerriet, waardoor een bloeiende suikerhandel ontstond.  

De Hollanders zagen hier, net als de Venetianen, wel brood in. Zij haalden ruwe suiker uit overzeese gebieden en lieten die in Amsterdam raffineren. De geraffineerde suiker werd daarna geëxporteerd naar andere landen in Europa. 

Tegen het eind van de 17e eeuw was de suikerconsumptie sterk toegenomen, en de prijs gedaald. De gemiddelde consumptie per hoofd van de bevolking in Noord-Europa lag in 1850 maar liefst 150 keer hoger dan in 1700. Voor de productie van de ruwe rietsuiker werden slaven ingezet. Met de afschaffing van de slavernij in de tweede helft van de 19e eeuw werd suiker op slag weer een dure lekkernij.

Bietsuiker
De Duitse scheikundige Andreas Sigismund Marggraf ontdekte in 1747 dat in bieten dezelfde suiker zit als in suikerriet. Hij slaagde er echter niet in deze suiker op rendabele manier te winnen. Zijn leerling Franz Carl Achard lukte het wel, door bieten te kweken met een verhoogd suikergehalte. In 1805 werd de eerste bietsuikerfabriek gebouwd in Duitsland. Voordat de fabriek op volle sterkte draaide, brak een oorlog uit tegen Frankrijk (Napoleon).

Voor Engeland was de rietsuikerhandel een belangrijke bron van inkomsten. Napoleon, die toen al grote delen van Europa veroverd had, verbood in 1806 alle handel met Engeland. Daardoor ontstond in dat land een suikertekort. Napoleon zag het winnen van suiker uit bieten als de oplossing voor het bevoorradingsprobleem en stimuleerde de suikerbietenteelt.

Hogere suikeropbrengst
Nederland probeerde na de Franse tijd de productie van rietsuiker in zijn koloniën te herstellen, door veredeling van suikerriet en gebruik van nieuwe productiemethoden. De suikeropbrengst uit bieten steeg aanzienlijk en aan het eind van de 19e eeuw werd in Nederland ongeveer evenveel biet- als rietsuiker gebruikt.

Suikerbiet
Dankzij de technologische vooruitgang lukte het ook om een biet te kweken met een zeer hoog suikergehalte: de suikerbiet. Na de Tweede Wereldoorlog nam het gebruik van suiker fors toe en daarmee ook de teelt van suikerbieten. Met de opkomst van de automatisering en nieuwe winningstechnieken ontwikkelde zich een hoogwaardige suikerindustrie. 


CAPTCHA
Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.