Encyclopedie
Suikertermen en meer

Agavesiroop

Een suikerstroop gewonnen uit de agaveplant. Agavesiroop bestaat voor >75% uit suikers, met name fructose.

Ahornsiroop

Een suikerstroop gewonnen uit het sap van de esdoornboom. Ahornsiroop (Engels: maple syrup) wordt vooral in Canada en de VS geproduceerd. Ahornsiroop bestaat voor >60% uit suikers.

Aspartaam (E951)

Aspartaam is een intensieve zoetstof bestaande uit de aminozuren aspariginezuur en fenylalanine. Mensen met de erfelijke stofwisselingsziekte phenylketonurie (PKU) kunnen fenylalanine niet goed afbreken. Het is daarom verplicht om op producten met aspartaam de vermelding 'bevat een bron van phenylalanine' te zetten. Aspartaam is ongeveer 200x zoeter dan suiker en wordt onder andere toegepast in toetjes, frisdranken, snoepgoed, kauwgom, zuivel- en ontbijtproducten. De aanvaardbare dagelijkse inname is 40 milligram per kilogram lichaamsgewicht per dag.

Acesulfaam-K (E950)

Acesulfaam-K (E950) is een intensieve zoetstof en is ongeveer 200x zoeter dan suiker (sacharose). Het verlaat het lichaam onveranderd en levert daarom geen calorieën. Acesulfaam-K wordt onder andere toegepast in frisdranken, ijs, zuivelproducten en jams. De aanvaardbare dagelijkse inname is 9 milligram per kilogram lichaamsgewicht per dag.

Amylopectine

De vertakte vorm van zetmeel. Amylopectine is opgebouwd uit ketens glucosemoleculen met vele vertakkingen.

Amylose

De niet-vertakte vorm van zetmeel. Amylose is opgebouwd uit glucosemoleculen die in een rechte lijn liggen.

Bloedglucosegehalte

De hoeveelheid glucose in het bloed. Na het eten van koolhydraten stijgt de hoeveelheid glucose in het bloed. Als het bloedglucosegehalte stijgt komt het hormoon insuline vrij, wat ervoor zorgt dat glucose uit het bloed wordt opgenomen door spieren, organen en andere weefsels. Wanneer het bloedglucosegehalte daalt zorgt het hormoon glucagon ervoor dat in de lever opgeslagen glucose wordt vrijgemaakt om het bloedglucosegehalte op peil te houden. Een normaal bloedglucosegehalte ligt, wanneer men niet heeft gegeten of gedronken, tussen de 3,5 en 6 millimol per liter bloed.

Bloedsuiker

Hiermee wordt bloedglucose bedoeld.

Calorie

Een eenheid voor energie. 1 calorie is de hoeveelheid energie die nodig is om 1 gram water met 1 °C te verwarmen. Voedingsstoffen leveren het lichaam energie en de hoeveelheid energie die voedingsmiddelen bevatten wordt vaak uitgedrukt in kilocalorieën (1 kilocalorie = 1000 calorieën). Eiwitten en koolhydraten, waaronder suikers, leveren 4 kilocalorieën per gram. Alcohol levert 7 en vet 9 kilocalorieën per gram. Een andere eenheid voor energie is de joule. 1 calorie staat gelijk aan 4,186 joule.

Cyclamaat (E 952)

Kunstmatige zoetstof die 30 tot 50 keer zoeter is dan suiker. Het lichaam neemt cyclamaat op en scheidt het uit via de urine. De aanvaardbare dagelijkse inname van cyclamaat is 7 milligram per kilogram lichaamsgewicht per dag. Het Voedingscentrum adviseert om kinderen tot 4 jaar niet meer dan 2 glazen te geven van producten waarin cyclamaat zit. Voor kinderen van 4-8 jaar geldt een maximum van 3 glazen en voor volwassenen een maximum van 7 glazen. Cyclamaat wordt onder andere toegepast in frisdranken, sportdranken, zuivelproducten, ontbijtgranen, jams, desserts, koek, chocolade, sauzen en zoetjes.

Dextrose

Ander woord voor glucose of druivensuiker.

Diabetes mellitus type 1

Diabetes mellitus type 1 is een auto-immuunziekte, waarbij het afweersysteem de insulineproducerende cellen hebben afgebroken. Hierdoor kan het lichaam zelf geen insuline meer produceren en zal dit via injecties of een pompje de rest van het leven moeten worden toegediend. Hoe diabetes mellitus type 1 ontstaat is niet geheel opgehelderd, erfelijkheid speelt een kleine rol. Van alle mensen met diabetes heeft ongeveer 10% type 1.

Diabetes mellitus type 2

Diabetes mellitus type 2 is een chronische stofwisselingsziekte. Bij mensen met diabetes mellitus type 2 wordt glucose in het bloed onvoldoende opgenomen door de cellen, waardoor een te hoog bloedglucosegehalte ontstaat. Dit komt door een vermindering van de gevoeligheid van de cellen voor het hormoon insuline. Ook kan er een probleem met de aanmaak van insuline zijn. De voornaamste factoren die een rol spelen bij de ontwikkeling van diabetes mellitus type 2 zijn: overgewicht, inactieve leefstijl en leeftijd. Van alle mensen met diabetes heeft ongeveer 90% type 2.

Disacharide

Een koolhydraat opgebouwd uit twee monosachariden. Voorbeelden zijn lactose (glucose + galactose), maltose (glucose + glucose) en sacharose (glucose + fructose).

Druivensuiker

Druivensuiker is een andere naam voor glucose of dextrose.

Extensieve zoetstoffen

Extensieve zoetstoffen (polyolen) zijn iets minder of net zo zoet als suiker. De meeste leveren wel energie (gemiddeld 2,4 kilocalorieën per gram), maar minder dan suiker (4 kilocalorieën per gram).

En%

En% staat voor energiepercentage. Energiepercentage is het aandeel in het aantal calorieën dat het eten levert. Bijvoorbeeld een inname van 10 en% suiker betekent dat van de calorieën die je inneemt, 10% afkomstig is uit suiker.

Fermenteerbare voedingsvezels

Worden in de dikke darm afgebroken door bacterieën (fermentatie). Fermenteerbare voedingsvezels, ook wel prebiotica genoemd, leveren gemiddeld 2 kilocalorieën per gram. Voorbeelden zijn inuline en fructo-oligosachariden. Ze houden de massa in de darm soepel, zorgen voor een goede doorstroom en bevorderen de stoelgang. Fermenteerbare voedingsvezels zitten onder andere in fruit, groente, noten en zaden.

Fructose

Fructose (synoniemen: vruchtensuiker of laevulose) is een monosacharide die van nature voorkomt in honing en in diverse soorten groente en fruit. Sacharose (tafelsuiker) bestaat uit een glucose- en een fructosemolecuul.

Galactose

Een monosacharide die, gebonden aan glucose, voorkomt in de vorm van lactose in zuivelproducten.

Gemodificeerd zetmeel

Zetmeel, verkregen uit bijvoorbeeld maïs, tarwe of aardappel, dat bewerkt (gemodificeerd) is zodat het beter kan worden toegepast in levensmiddelen, bijvoorbeeld als verdikkingsmiddel. Niet te verwarren met genetisch gemodificeerde producten. Op het etiket is gemodificeerd zetmeel te herkennen aan de E-nummers tussen E 1400 en E 1500.

Geraffineerde suiker

Gezuiverde suiker, zie ook 'raffineren'.

Glucose

Glucose (synoniemen: druivensuiker, dextrose of bloedsuiker) is een monosacharide en komt voor in veel soorten groente, fruit en in honing. Daarnaast komt glucose van nature voor in zuivel (gebonden aan galactose). Glucose is ook een bouwsteen van veel di-, oligo- en polysachariden. Planten slaan glucose op in de vorm van zetmelen, dieren en mensen in de vorm van glycogeen. Zetmelen en glycogeen bestaan uit vele aaneengeschakelde glucosemoleculen.

Glycogeen

De vorm waarin glucose wordt opgeslagen in het lichaam van mens en dier met als doel op een later tijdstip energie te kunnen leveren. Glycogeen bestaat uit vele vertakte ketens aaneengeschakelde glucosemoleculen en komt voor in de spieren en in de lever.

Glykemische Index

Een inschatting voor de snelheid waarmee de glucoseconcentratie in het bloed stijgt na inname van koolhydraten. Producten met een lage glykemische index (GI) zorgen voor een relatief langzame stijging van het bloedglucosegehalte, voorbeelden zijn appels (GI= 38) en wortels (GI=47). Producten met een hoge GI zorgen voor een relatief snelle stijging van het bloedglucosegehalte, voorbeelden zijn gebakken aardappels (GI=85) en witte rijst (GI= 86). De GI van glucose is 100, de GI van fructose is 19 en de GI van sacharose (tafelsuiker) is 68. Bij eten met een hoge GI ligt de GI rond de 70 of hoger. Een lage GI is een GI van minder dan 55.

Glykemische Last

Ook wel Glykemische Lading (GL) genoemd. De GL is een maat om de stijging van het bloedglucosegehalte na het eten van een bepaald product aan te geven. In tegenstelling tot de Glykemische Index (GI), houdt de GL rekening met zowel de hoeveelheid koolhydraten in een product als de hoeveelheid die iemand van een product eet. Een hoge GL is groter of gelijk aan 20; een lage GL is kleiner of gelijk aan 10. Zo heeft een portie gefrituurde aardappels (GI = 85 en portiegrootte = 200 gram) een GL van 34 en een banaan (GI = 51 en portiegrootte = 120 gram) een GL van 12.

HbA1c

Hb uit HbA1c is een afkorting voor hemoglobine, een eiwit dat in je rode bloedcellen zit dat zuurstof vervoert. Glucose bindt zich graag aan dit eiwit. Als glucose gehecht is aan de hemoglobine, heet dit HbA1c. Hoe meer glucose in het bloed, hoe hoger de HbA1c-waarde. De HbA1c-waarde weerspiegelt het gemiddelde bloedglucosegehalte van de voorgaande 2 á 3 maanden. Doktoren kunnen aan de HbA1c-waarde bij mensen met diabetes zien of het behandelplan voldoende werkt.

High Fructose Corn Syrup (HFCS)

High Fructose Corn Syrup (HFCS) is een siroop gemaakt uit maïs en bevat fructose en glucose. HFCS wordt vooral in de Verenigde Staten en in Canada gebruikt om producten te zoeten. HFSC 42 en HFSC 55 zijn de meest gebruikte siropen en bevatten respectievelijk 42% en 55% fructose.

Honing

Een zoete substantie rijk aan suikers gemaakt door bijen. Honing bestaat voor ongeveer 39% uit fructose, 34% glucose en 2% sacharose. Daarnaast bevat honing een verwaarloosbare hoeveelheid vitaminen en mineralen. Kinderen jonger dan 1 jaar mogen geen honing eten. Zij kunnen namelijk ziek worden van de sporen van de schadelijke bacterie clostridium botulinum, die soms in honing voorkomt. Zwangeren en vrouwen die borstvoeding geven kunnen, net als iedereen ouder dan 1 jaar, wel veilig honing eten.

Ingrediëntendeclaratie

Lijst met ingrediënten van het levensmiddel. De ingrediënten moeten in dalende volgorde van gewicht staan, het ingrediënt dat het meest in het product zit staat dus als eerste vermeld. Allergenen dienen te worden gemarkeerd. Ingrediënten dienen, conform EU verordening 1169/2011 artikel 18 lid 2, te worden aangeduid met hun specifieke benaming. Om die reden staan suikers met hun specifieke naam op het etiket vemeld. De totale hoeveelheid suikers in een product is altijd terug te vinden op de voedingswaardetabel onder 'koolhydraten, waarvan suikers'.

Intensieve zoetstoffen

Intensieve zoetstoffen zijn, afhankelijk van de soort, tientallen tot duizenden malen zoeter dan suiker en leveren nauwelijks tot geen energie. Voorbeelden zijn aspartaam, acesulfaam-K, cyclamaat en sucralose. De meeste intensieve zoetstoffen zijn synthetisch gemaakt, alleen thaumatine en stevia zijn geïsoleerd uit planten.

Inverteren

Omzetting van suiker (sacharose) in glucose en fructose. Inversie van een sacharose-oplossing wordt bevorderd door zuren (lage pH), een hoge temperatuur en door het enzym invertase.

Invertsuiker

Een mengsel van gelijke hoeveelheden glucose en fructose, verkregen door inverteren. Invertsuiker wordt onder andere in ontbijtkoek gebruikt.

Isoglucose

Een glucose-fructosestroop met meer dan 10% fructose.

Joule

De joule (J) is de internationale eenheid voor energie. De Joule is de hoeveelheid energie die nodig is om een object van 1 Newton te verplaatsen over een afstand van 1 meter. De joule kan gebruikt worden om de hoeveelheid energie in voedingsmiddelen uit te drukken, maar meestal wordt dit in calorieën uitgedrukt. 1 joule staat gelijk aan 0,239 calorieën. 1 Kilojoule = 1000 joule.

Kilocalorie (kcal)

1 Kilocalorie (kcal) staat gelijk aan 1000 calorieën.

Kokosbloesemsuiker

Suiker gemaakt uit de bloesems van kokosnootpalmboom. Kokosbloesemsuiker bestaat voor >90% uit suikers (sacharose, glucose en fructose). Kokosbloesemsuiker wordt geïmporteerd uit tropische landen.

Koolhydraten

Koolhydraten is een verzamelnaam voor vezels, suikers en zetmeel. Koolhydraten zijn organische verbindingen, opgebouwd uit een of meerdere sachariden. Sachariden bestaande uit koolstof (C), waterstof (H) en zuurstof (O). Koolhydraten behoren tot de macronutriënten en vormen de belangrijkste energiebron voor de mens. Koolhydraten zijn onder te verdelen in mono-, di-, oligo- en polysachariden. De koolhydraten die uit 1 of 2 sachariden bestaan noemen we de suikers. Koolhydraten leveren, ongeacht het soort, 4 kilocalorieën per gram.

Lactose

Een disacharide bestaande uit glucose en galactose. Lactose (melksuiker) komt van nature voor in melk- en melkproducten.

Laevulose

Ander woord voor fructose of vruchtensuiker.

Light

Een beschermde voedingsclaim. De term 'light' mag alleen op een product staan wanneer er minimaal 30% minder suiker óf 30% minder vet óf 30% minder energie in zit vergeleken met het gewone product. Light betekent niet altijd (veel) minder calorieën.

Maltose

Een disacharide bestaande uit twee aaneengeschakelde glucosemoleculen. Een ander woord voor maltose is moutsuiker. Maltose zit onder andere in zoete aardappel, graanproducten en bier.

Melksuiker

Ander woord voor Lactose.

Molasse

Molasse (soms ook Melasse genoemd) is een stroopachtig bijproduct van de productie van suiker uit suikerriet of suikerbieten.

Monosacharide

Een koolhydraat bestaande uit 1 sacharide. Voorbeelden zijn glucose, fructose en galactose.

Moutsuiker

Een ander woord voor maltose.

Natuurlijke aanwezige suikers

Suikers die van nature in een product zitten. Van nature aanwezige suikers zitten onder andere in groente, fruit, honing en melk. Het lichaam maakt geen onderscheid tussen van nature aanwezige en toegevoegde suikers.

Neohesperidine DC (E959)

Kunstmatige (intensieve) zoetstof die 400 tot 600 keer zoeter is dan suiker. Het levert 2 kilocalorieën per gram, maar door de sterke zoetkracht is er zo weinig van nodig dat dit te verwaarlozen is. Het lichaam neemt neohesperidine DC niet of nauwelijks op en het wordt grotendeels onveranderd uitgescheiden. De aanvaardbare dagelijkse inname is vastgesteld op 5 milligram per kilogram lichaamsgewicht per dag. Neohesperidine wordt, meestal in combinatie met andere zoetstoffen, gebruikt in onder andere kauwgom, snoepgoed, frisdranken, zuivelproducten, ijs en desserts.

Neotaam (E 961)

Een intensieve kunstmatige zoetstof die ongeveer 8000 keer zoeter is dan suiker. Het lichaam neemt neotaam op en scheidt het onveranderd uit via urine en ontlasting. De aanvaardbare dagelijkse inname van neotaam is 2 milligram per kilogram lichaamsgewicht per dag. Neotaam wordt onder andere gebruikt in frisdranken, desserts, snoep, jam, ijs, zuivelproducten, voedingssupplementen, soepen en sauzen, kauwgom, snoepjes en als losse tafelzoetstof (zoetjes).

Niet-fermenteerbare voedingsvezels

Voedingsvezels die niet worden afgebroken in de darmen. Ze verlaten het lichaam ongewijzigd en leveren geen energie. Voorbeelden zijn resistent zetmeel, hemi-cellulose, cellulose en lignine. Niet-fermenteerbare voedingsvezels hebben een verzadigende werking. Ook vergroten ze het volume van de darminhoud en bevorderen daarmee de stoelgang. Daarnaast verlagen ze het LDL-cholesterolgehalte. Niet-fermenteerbare voedingsvezels komen onder andere voor in volkorenproducten, de schillen van fruit en de celwanden van groente.

Oligosacharide

Een koolhydraat bestaande uit 3-9 sachariden. Voorbeelden zijn raffinose en fructo-oligosacharide.

Polyolen

Polyolen zijn extensieve zoetstoffen. Ze zijn iets minder zoet dan suiker, worden niet volledig opgenomen in de darm en leveren 2,4 kilocalorieën per gram. Voorbeelden zijn sorbitol (E 420), maltitol (E421) en xylitol (E 967). Bij gebruik van grote hoeveelheden polyolen, kunnen maagdarmklachten optreden (winderigheid, darmkramp, diarree).

Polysacharide

Een koolhydraat bestaande uit 10 of meer sachariden. Voorbeelden zijn zetmeel, cellulose en pectine.

Raffineren

Het zuiveren van een stof zoals bij suiker gebeurt, maar ook bijvoorbeeld bij de productie van zonnebloem- en olijfolie. Het raffineren van suiker uit de suikerbiet gebeurt als volgt: suikerbieten worden gewassen, gesneden en in water opgelost. Vervolgens wordt het sap gezuiverd en gekookt. Daarna wordt het gecentrifugeerd, gekoeld en gedroogd.

Sacharine (E 954)

Een kunstmatige, intensieve zoetstof die 300 tot 500 keer zoeter is dan suiker. Sacharine wordt niet omgezet door het lichaam en wordt volledig door de nieren uitgescheiden. De aanvaardbare dagelijkse inname van sacharine is 5 milligram per kilogram lichaamsgewicht per dag. Sacharine wordt onder andere gebruikt in zoetjes, frisdranken en fruitdrinks, ijsthee, zuiveldranken, jam, snoep, gebak, tafelzuren, sauzen, ijs, desserts, kauwgom, vis- en fruitconserven en chocolade.

Sacharose

Sacharose (Engels: sucrose) is een van de suikers. Het is een disacharide bestaande uit een glucose- en een fructosemolecuul. Gewone tafelsuiker is sacharose. Sacharose komt van nature voor in verschillende soorten groenten en fruit. In Nederland wordt sacharose gewonnen uit suikerbieten. In tropische landen wordt suikerriet gebruikt om sacharose uit te winnen.

Steviolglycosiden (E 960)

Intensieve, natuurlijke zoetstof, gewonnen uit het blad van de steviaplant. Steviolglycosiden (of stevioside of rebausioside) is ongeveer 200 tot 300 keer zoeter dan suiker en levert geen calorieën. Steviolglycosiden kan door ons lichaam niet worden opgenomen. Wel wordt steviolglycosiden door het microbioom omgezet in steviol en dit wordt door het lichaam gedeeltelijk opgenomen. Het overige deel verlaat het lichaam via de ontlasting. De door het lichaam opgenomen steviol bindt zich in de lever aan glucuronzuur en verlaat vervolgens via de urine het lichaam. De aanvaardbare dagelijkse inname van steviolglycosiden is 4 milligram per kilogram lichaamsgewicht per dag. Steviolglycosiden worden onder andere toegepast in frisdranken en tafelzoetstof.

Sucralose

Een kunstmatige, intensieve zoetstof. Sucralose is ongeveer 600 keer zoeter dan suiker en levert geen calorieën. Sucralose wordt gemaakt door 3 OH-groepen van een suikermolecuul (sacharose) te vervangen door 3 chlooratomen. De aanvaardbare dagelijkse inname van sucralose is 15 milligram per kilogram lichaamsgewicht per dag. Sucralose wordt toegepast in tafelzoetstoffen (zoetjes) en een grote verscheidenheid aan voedingsmiddelen, zoals verwerkt fruit, frisdranken, kauwgom, gebak, zuivelproducten, ijs, desserts en saladedressings.

Sucrose

Sucrose is het Engelse woord voor sacharose.

Suiker

Met suiker wordt 'sacharose' (sucrose in het Engels) bedoeld, een disacharide bestaande uit glucose en fructose. Suiker wordt onder invloed van zonlicht uit water en koolstofdioxide gevormd in het bladgroen van planten. In landen met een relatief koud klimaat wordt suiker gewonnen uit suikerbieten. In de warmere landen wordt vooral suikerriet gebruikt om suiker uit te winnen.

Suikeralcohol

Suikeralcohol of Suikeralcoholen, ook wel polyolen, zijn suikers met een zogenaamde alcoholgroep (OH verbinding). Ze bevatten echter geen alcohol. Voorbeelden van suikeralcoholen zijn xylitol (E967), sorbitol (E420) en maltitol (E965). Suikeralcoholen zijn extensieve zoetstoffen. Ze zijn iets minder zoet dan suiker, worden niet volledig opgenomen in de darm en leveren 2,4 kilocalorieën per gram in plaats van 4 kilocalorieën per gram.

Suikergehalte

Het gehalte aan sacharose, soms wordt dit verward met het totale gehalte aan mono- en disachariden (suikers).

Suikerinname

Suikerinname is de schatting van de daadwerkelijke suikerconsumptie, verkregen uit voedingsvragenlijsten en gebaseerd op zelfrapportage.

Suikerverbruik

Voor suikerverbruik wordt, naast de suikerinname, ook de suiker meegenomen die bestemd is voor bijvoorbeeld veevoer en non-food artikelen als zeep, plantenvoeding, bijenvoeding, cosmetica en zelfs autobanden. Ook het verlies van suiker tijdens opslag en transport en de suiker die is verwerkt in geïmporteerde en geëxporteerde producten (zoals chocolade) is hierin verrekend. 

Suikerziekte

Zie: diabetes mellitus type 1 of diabetes mellitus type 2.

Toegevoegde suikers

Alle soorten suikers die door consument, producent of kok zijn toegevoegd aan de voeding. Het lichaam maakt geen onderscheid tussen toegevoegde en van nature aanwezige suikers. Toegevoegde suikers zitten onder andere in koekjes, chocolade, (regular) frisdranken, zuivelproducten en snoepgoed.

Verborgen suikers

Dit is geen officiële term. De definitie die meestal wordt aangenomen is alle suikers die worden toegevoegd aan hartige voedingsmiddelen waarvan de consument het niet verwacht, zoals bijvoorbeeld in soepen, vlees, kant- en klaarmaaltijden, groente en sauzen.

Voedingsvezels

De door spijsverteringsenzymen onverteerbare koolhydraten, voorbeelden zijn cellulose, pectine, fructo- en galacto-oligosachariden. Voedingsvezels hebben een gunstige invloed op de darmwerking en leveren geen tot weinig energie. Sommige vezels hebben een gunstig effect op het cholesterolgehalte en daarmee het risico op hart- en vaatziekten. Volkorenproducten, groente, fruit en peulvruchten bevatten veel voedingsvezels. Voedingsvezels kunnen worden onderverdeeld in fermenteerbare en niet-fermenteerbare voedingsvezels. Fermenteerbare vezels worden in de dikke darm door bacterieën afgebroken en leveren ongeveer 2 kilocalorieën per gram. Niet-fermenteerbare vezels verlaten het lichaam ongewijzigd en leveren geen energie.

Voedingswaardetabel

Tabel met informatie over de aanwezigheid van energie en bepaalde nutriënten in een levensmiddel. Conform EU verordening 1169/2011 dient informatie over de hoeveelheid energie, gehalte aan vetten, verzadigde vetzuren, koolhydraten, suikers, eiwitten en zout per 100 gram of 100 milliliter product vermeld te worden. Stel er staat op een product in de voedingswaardetabel 'koolhydraten 15 gram, waavan suikers 7 gram'. Per 100 gram of milliliter product zitten er dan 7 gram suikers (mono- en disachariden) in en 8 gram andere koolhydraten (oligo- of polysachariden). Deze hoeveelheden betreffen zowel toegevoegde als de van nature aanwezige suikers in een product.

Vrije suikers

Suikers die zijn toegevoegd door consument, producent of kok, plus de van nature aanwezige suikers in honing, siropen, vruchtensappen en vruchtenconcentraten. Van nature aanwezige suikers uit fruit, groente en zuivel vallen hier niet onder. De term vrije suikers wordt onder andere gebruikt door de Wereldgezondheidsorganisatie.

Vruchtensuiker

Ander woord voor fructose of laevulose.

Zetmeel

Een polysacharide volledig opgebouwd uit glucosemoleculen. Er zijn twee vormen: amylose (onvertakt) en amylopectine (vertakt). Zetmeel dient als reservevoedsel voor planten. Zetmelen zitten onder andere in brood, pasta en rijst.

Zoetstof

Ingrediënten anders dan suiker, die een zoete smaak geven. Zoetstoffen zijn onder te verdelen in intensieve (leveren nauwelijks tot geen energie en zijn vele malen zoeter dan suiker) en extensieve zoetstoffen (polyolen).

  • Burgemeester Lambooylaan 3
    1217 LB Hilversum
  • Tel: 035-5433455
    Email: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Copyright 2020 - Kenniscentrum suiker & voeding
Voor meer wetenschappelijke informatie, bezoek www.kenniscentrumsuiker.nl