Het prille begin

800 v. Chr - 0

Rond het jaar 600 voor onze jaartelling teelt men in Bengalen (regio in het westen van India) al twee soorten suikerriet van verschillende kwaliteit. Waar kwam het suikerriet vandaan?

Wild riet

Botanisch gezien liggen de wortels van het suikerriet waarschijnlijk in Nieuw Guinea. Vandaar kwam het waarschijnlijk langs natuurlijke weg naar India. Officieel heet het landbouwgewas suikerriet Saccharum officinarum. De wilde variant noemen we Saccharam spontaneum. De plant houdt van vochtige grond en een warm vochtig klimaat. Rietsuiker behoort tot de plantenfamilie der Grassen (Gramineae).

Suikerriet groeit in het wild in het oosten en noorden van Afrika, in het hele Midden-Oosten, in India en China en Maleisië en in het hele Pacifische gebied. Dit suikerriet is wel zoet, maar heeft relatief dunne stengels in vergelijking met het landbouwgewas.

Suiker

Het woord ‘suiker’ stamt af van de oude taal Sanskriet, waarin het ‘sharkara’ heet. Behalve het suikerriet dat geteeld wordt kennen we nog een paar rassen suikerriet, die vroeger gebruikt werden voor het produceren van suiker. De S. barberi, oftewel het dunne of Indiase riet, de S. robustum en de S. sinense, ofwel Chinees suikerriet. Die laatste is zeker een bewoner geweest van de eerste botanische tuin in China in de omgeving van Peking rond 110 voor onze jaartelling.

Kauwsnoep

Oorspronkelijk dient het suikerriet om op te kauwen. De buitenste bast werd verwijderd en de vezels in de plant werden afgekloven en weg gekauwd. Al in het eerste millennium vóór onze jaartelling is men de suikerriet gaan aanplanten voor culinaire doeleinden door het sap uit de stengels te halen door het te koken.

Buitenlandse bewondering

Wanneer reizigers en veroveraars in dat verre verleden India bezoeken, roemen ze het suikerriet al. Zoals Alexander de Grote (356-323 voor onze jaartelling), die vanuit Macedonië met zijn leger optrekt om landen als Irak, Iran en Egypte te veroveren. In zijn gevolg reist de hoge officier Nearchos van Kreta mee, die bij hun tocht naar de Punjab ‘een rietplant die honing produceerde zonder hulp van bijen’ beschrijft.

Tekening van rietsuiker door Franz Eugen Köhler, Köhler's Medizinal-Pflanzen (1897).

Tekening van rietsuiker door Franz Eugen Köhler, Köhler's Medizinal-Pflanzen (1897).

‘Een soort honing, genaamd sakkharon wordt in India en Arabia Felix verzameld uit riet. Het heeft de consistentie van zout en je kunt het fijnkauwen.’

-Dioscorides, Griekse medicus (1e eeuw)-

Smaakmaker

Suiker gold in India vooral als medicijn (laxerend), maar bleek uiteindelijk een gewaardeerde smaakmaker. Al in de 4e eeuw vóór onze jaartelling  werd het suikerriet gedroogd, tot sap geperst, of tot bruine suiker, suikerparels of als grotere brokken kristalsuiker (khand, daarin hoor je al ons woord kandij of het Engelse candy) verwerkt – een perfect handelsmiddel. Er werd geruild voor arak (een gedestilleerde drank uit Iran en Irak), of wild.

(Bron: A Historical Dictionary of Indian Food, K.T. Achaya, 7e druk, 2011).

Meer wetenschappelijke informatie over suiker en voeding tref je aan op: www.kenniscentrumsuiker.nl 


  • Burgemeester Lambooylaan 3
    1217 LB Hilversum
  • Tel: 035-5433455
    Email: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Copyright 2020 - Kenniscentrum suiker & voeding