Suikerbakkers

eind 16e eeuw

In 1594 telde de stad Rotterdam al drie suikerbakkers. Deze opkomst was te danken aan de toename van de aanvoer van melasse, de suikerbrij die van St. Thomas, één van de Maagdeneilanden in de Cariben en Brazilië naar ons land werd vervoerd. In die tijd heette je suikerbakker als je suiker raffineerde, of ‘refeneeren’, zoals het toen ook wel geschreven werd. Reynier Martensz van Beaumont (hier proef je een Franse afkomst) vestigde zich in het huis Het Moriaenshoofd, met daarachter in de Moriaensteeg zijn Suyckerhuis. Pieter Claesz Winter bedreef de suikernegotie in de Kalverstraat en Pieter Michielsz van der Heyde aan de Hoofdsteeg. Er zouden er in de eeuw daarop nog velen volgen, dankzij de toenemende invoer van de ruwe suikermassa.

Amsterdam bleef niet achter. In 1597 telde de stad eveneens drie ‘raffineurs van suycker’. Aanvankelijk kochten de Amsterdammers de ruwe suiker van de Portugezen. Later zou men dit van de Surinaamse suikerplantages aankopen. Amsterdam en Rotterdam namen in de lage landen het stokje over van Antwerpen en Rouen, nadat de Spanjaarden Antwerpen bezetten

Het hooggewaardeerde ambacht van suikerbakker
Van de ruwe suiker ‘bakten’ de raffineurs suikerbroden. Uiteindelijk zal de naam ‘suikerbakker’ ook gebruikt worden voor de ambachtslieden die met de suiker aan de slag gingen als banketbakker en suikerwerker. Kunstwerken van suiker sierden menige tafel, en de lekkernijen gingen als lekkerbeetjes over de toonbank voor de Hannekes Lekkertand en de smulpapen uit de 16e, 17e en 18e eeuw.

suikerbrood

Suikerbrood met suikertang om stukjes suiker af te breken.

Suikerbrodenwinkel ‘In de lompen’ in Amsterdam (1619).


  • Burgemeester Lambooylaan 3
    1217 LB Hilversum
  • Tel: 035-5433455
    Email: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Copyright 2020 - Kenniscentrum suiker & voeding
Voor meer wetenschappelijke informatie, bezoek www.kenniscentrumsuiker.nl